Citaat | Raad van State 7 mei 2003
Alinea 40 Raad van State 7 mei 2003
Een alinea uit Raad van State 7 mei 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AF8313.
2.5.2.2. Ten aanzien van de subsidiaire stelling van appellant, overweegt de Afdeling als volgt. Appellant heeft bij zijn beroepschrift zowel een afschrift van het zogenoemde ‘journaal’ van het faxapparaat van verweerder, als een afschrift van een zogenoemd ‘file reserve report’ van zijn eigen faxapparaat overgelegd. Gelet op deze stukken, afzonderlijk en in samenhang bezien, acht de Afdeling de stelling van appellant geloofwaardig dat hij kort vóór het verstrijken van de termijn driemaal heeft gepoogd om zijn bedenkingen per faxbericht bij verweerder in te dienen. Voorts blijkt uit de stukken dat appellant bij zijn vierde poging, na het verstrijken van de termijn, een ander faxnummer van verweerder heeft gebruikt en dat deze poging direct slaagde. Hieraan kan het vermoeden worden ontleend dat het niet slagen van de eerste drie pogingen van appellant vóór het verstrijken van de termijn is te wijten aan een gebrek van het ontvangende faxapparaat van verweerder.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee96e348cee65c1a30a05b6502e6d3bd089306a6e9ee025a4ecb62da3f75bf32. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee96e348cee65c1a30a05b6502e6d3bd089306a6e9ee025a4ecb62da3f75bf32, en de alinea staat in dat document op bytes 14187 tot 15189.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ee96e348cee65c1a30a05b6502e6d3bd089306a6e9ee025a4ecb62da3f75bf32 | shasum -a 256