Citaat | Raad van State 4 juni 2003

Alinea 31 Raad van State 4 juni 2003

Een alinea uit Raad van State 4 juni 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AF9494.

Zoals volgt uit de uitspraken van de Afdeling van 8 december 1997, no. E03.97.0568 (BR 1998, p. 519) en van 18 november 1999, no. H01.99.01000 (JB 2000/9) dienen, gelet op de totstandkomingsgeschiedenis van de Wet van 16 december 1993, Stb. 650, de in een bestuurlijke voorprocedure gemaakte kosten in beginsel voor rekening van belanghebbenden te blijven en kunnen deze slechts in bijzondere gevallen voor vergoeding in aanmerking komen. Er bestaat geen grond om te oordelen dat sprake is van zodanige bijzondere gevallen. Het primaire besluit van 20 februari 2002 was niet dermate gebrekkig, dat gezegd moet worden dat verweerder tegen beter weten in een onrechtmatig besluit heeft genomen. Gelet hierop dient het verzoek van appellanten te worden afgewezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/97188aca0821125a78e1091bda53a06bb19464a5388c68b3d6202c7b7f97d794. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 97188aca0821125a78e1091bda53a06bb19464a5388c68b3d6202c7b7f97d794, en de alinea staat in dat document op bytes 10871 tot 11644.