Citaat | Raad van State 3 juli 2003

Alinea 22 Raad van State 3 juli 2003

Een alinea uit Raad van State 3 juli 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AH9374.

2.4. Verzoekster is van mening dat verweerder niet bevoegd was tot het opleggen van de last onder dwangsom. Volgens verzoekster is geen sprake van overtreding van de voorschriften 3.1 en 3.3 van de vigerende vergunning. Verzoekster voert in dit verband allereerst aan dat geen sprake is van verbranden, storten of begraven van afvalstoffen. Zij stelt zich in dit verband op het standpunt dat de Eurolite niet kan worden aangemerkt als afvalstof. Volgens verzoekster betreft het een in de inrichting uit afvalstoffen geproduceerd kunstgrind, dat bij de productie van beton natuurgrind voor 100% kan vervangen. Derhalve is dit volgens verzoekster geen afvalstof maar grondstof. Daarnaast is verzoekster van mening dat de voorschriften 3.1 en 3.3 niet zijn bedoeld voor de opslag van Eurolite en evenmin voor de door haar wel als afvalstoffen aangemerkte gietijzerstof, slibverbrandingsassen en gemalen hoogovenslak, nu de vigerende vergunning ziet op de productie van Eurolite en het inzetten daarbij van de drie genoemde afvalstoffen als grondstof.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2bd561bcb0088ada3aa7c3d90057955fd0bd0bd956862a39c09494353adbc97c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2bd561bcb0088ada3aa7c3d90057955fd0bd0bd956862a39c09494353adbc97c, en de alinea staat in dat document op bytes 8809 tot 9872.