Citaat | Raad van State 23 juli 2003

Alinea 31 Raad van State 23 juli 2003

Een alinea uit Raad van State 23 juli 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AI0257.

2.4. Appellante heeft verder gesteld dat verweerder bij afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid tot zijn besluit heeft kunnen komen. In hetgeen appellante daaromtrent heeft aangevoerd ziet de Afdeling echter geen aanknopingspunten voor een zodanig oordeel. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat het uitgangspunt van verweerder, dat bij een concentratie van minimaal 10 mg asbest per kg droge stof afvoer naar een erkende verwerkingsinrichting uit milieuhygiënisch oogpunt is geboden, niet onredelijk kan worden geacht. Daarbij overweegt de Afdeling dat verweerder, gelet op de stukken en het verhandelde ter zitting, er van uit mocht gaan dat de partijen hooi en stro ten minste deze concentratie bevatten. Verder heeft verweerder terecht overwogen dat geen zicht bestaat op legalisatie op een andere wijze dan die bij de aanzegging van bestuurdwang is gelast.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/26dc96f183757efad31c4b8454847d564c3c11dfab2236aced64e40730e5dada. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 26dc96f183757efad31c4b8454847d564c3c11dfab2236aced64e40730e5dada, en de alinea staat in dat document op bytes 13512 tot 14414.