Citaat | Raad van State 23 juli 2003
Alinea 47 Raad van State 23 juli 2003
Een alinea uit Raad van State 23 juli 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AI0282.
2.7.2. Blijkens het verzoek van verweerder aan het college van burgemeester en wethouders van 13 juni 2000 vond de omstandigheid dat de verwezenlijking van het F3B project in de naaste toekomst noodzakelijk was volgens verweerder zijn oorzaak in het dreigende landelijke tekort aan beton- en metselzand. Naar het oordeel van de Afdeling heeft verweerder zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat ten tijde van het nemen van het bestreden besluit niet meer aan dit noodzaak-vereiste werd voldaan. Hij heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat voldoende reële alternatieven voor het F3B project beschikbaar waren, zodat het in de naaste toekomst verwezenlijken van de zandwinning uit de F3B locatie ten behoeve van het op peil houden van de landelijke voorziening van beton- en metselzand niet langer noodzakelijk was. Verweerder heeft het kunnen voldoen aan de provinciale taakstelling binnen voornoemde periode en het overbruggen van mogelijke tekorten in redelijkheid als uitgangspunt kunnen nemen bij het onderzoek naar het bestaan van reële alternatieven. Verweerder heeft door K+V een alternatievenonderzoek laten verrichten, waarbij centraal stond de vraag of het mogelijk is een tekort van 15 miljoen ton industriezand in de periode 2001 tot en met 2008 te overbruggen. In het rapport "Alternatievenonderzoek zandwinning F3B Maasbommel" van 2 januari 2001 wordt vorenstaande vraag bevestigend beantwoord. Verschillende alternatieven worden genoemd. Uit het rapport is af te leiden dat de provincie Noord-Brabant bereid en in staat is ten behoeve van de landelijke behoefte 8 miljoen ton zand extra te vergunnen en deze hoeveelheid te "lenen" aan Gelderland. Daarnaast kan met uitbreiding en verdieping van Gelderse regionale winningen 6 tot 14 miljoen ton en met het benutten van buitendijkse locaties in de gemeente West Maas en Waal, zoals het project “Over de Maas”, 2 tot 8 miljoen ton worden gewonnen. Het rapport maakt voorts melding van de mogelijkheid omput-pilotprojecten te ontwikkelen in het kader van het project Ruimte voor Rijntakken. Met deze pilotprojecten zou 2 tot 5 miljoen ton zand kunnen worden verkregen. De ontzanders hebben niet aannemelijk gemaakt dat het onderzoek van K+V zodanige gebreken of leemten in kennis vertoont dat verweerder zich hierop bij het nemen van het bestreden besluit niet had mogen baseren. De Afdeling neemt hierbij in aanmerking dat uit de stukken blijkt dat het onderzoek van K+V inhoudelijk is getoetst door de dienst REW van de provincie Gelderland. Blijkens de stukken bevestigen verschillende evaluaties voorts de uitkomsten van het rapport en bevestigen deze dat de genoemde locatie-alternatieven ook in een voorzichtig scenario voldoende zand zullen opleveren om te kunnen voldoen aan de provinciale taakstelling. Gelet hierop heeft verweerder in redelijkheid niet hoeven in te gaan op voorstellen van appellanten om realiseerbare alternatieven in mindering te brengen op uit de F3B locatie te winnen zandvolumes. De Afdeling ziet in het door appellanten overgelegde rapport van Witteveen+Bos van 22 mei 2001 geen aanleiding voor een ander oordeel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc2c1e9f87358981b801454fc590a7dc50b94c19fb8d1d2fbe11f83e12d8d7d9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc2c1e9f87358981b801454fc590a7dc50b94c19fb8d1d2fbe11f83e12d8d7d9, en de alinea staat in dat document op bytes 18763 tot 21915.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fc2c1e9f87358981b801454fc590a7dc50b94c19fb8d1d2fbe11f83e12d8d7d9 | shasum -a 256