Citaat | Raad van State 30 juli 2003

Alinea 34 Raad van State 30 juli 2003

Een alinea uit Raad van State 30 juli 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AI0579.

2.3.4. Voorop staat dat bij de beoordeling van de m.e.r.-(beoordelings)plicht moet worden uitgegaan van hetgeen het plan mogelijk maakt. De gronden met de bestemmingen "Bedrijven 2" en "Wonen en Bedrijven", voor zover deze bestemmingen zijn toegekend aan bestaande bedrijven, dienen daarbij buiten beschouwing te blijven. Volgens de wetsgeschiedenis (Nota van Toelichting bij het Besluit m.e.r. 1994, Stb. 1994, 540, blz. 46) geldt een eventuele m.e.r.-(beoordelings)plicht immers alleen voor de verandering of uitbreiding van de activiteit en niet voor het bestaande, ongewijzigd blijvende gedeelte.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/973871eec4936dd450347728dabf8347f912cd900fc55e7e6c5d82771b878e5e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 973871eec4936dd450347728dabf8347f912cd900fc55e7e6c5d82771b878e5e, en de alinea staat in dat document op bytes 11210 tot 11826.