Citaat | Raad van State 6 augustus 2003
Alinea 32 Raad van State 6 augustus 2003
Een alinea uit Raad van State 6 augustus 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AI0787.
2.3. Appellant betoogt voorts dat de rechtbank heeft miskend dat de burgemeester niet in redelijkheid van zijn bevoegdheden gebruik heeft kunnen maken. Daartoe heeft hij aangevoerd dat, voorzover in de inrichting contacten zijn gelegd die verband houden met de handel in softdrugs, dit hem niet kan worden aangerekend, omdat hij met die gesprekken of met de daaruit voortvloeiende handelingen geen bemoeienis heeft gehad, noch bevoegd is tot het fouilleren of afluisteren van bezoekers. Dit zou volgens appellant slechts anders zijn, indien hij zou toestaan dat openlijk in drugs wordt gehandeld of hij aan die gesprekken of handel zou deelnemen, doch daarvan was geen sprake. Voorts heeft de rechtbank volgens appellant miskend dat hij zijdens de burgemeester ten onrechte niet was gewaarschuwd voor en op de hoogte was gesteld van de gevaren van drugshandel in de inrichting.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a03d1665fc3766fd74e2699cceddfbec85a990b61542ef878136af0898397e8d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a03d1665fc3766fd74e2699cceddfbec85a990b61542ef878136af0898397e8d, en de alinea staat in dat document op bytes 10375 tot 11268.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a03d1665fc3766fd74e2699cceddfbec85a990b61542ef878136af0898397e8d | shasum -a 256