Citaat | Raad van State 3 september 2003

Alinea 67 Raad van State 3 september 2003

Een alinea uit Raad van State 3 september 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AI1750.

De Afdeling is van oordeel dat verweerder niet toereikend heeft gemotiveerd waarom de bouwmassa die het plan mogelijk maakt niet als dominant behoeft te worden aangemerkt, gelet op de feitelijke situatie langs de oever van het Abcoudermeer. De Afdeling acht de verwijzing van verweerder naar de ligging van de rijksweg A2 in dit verband niet steekhoudend. Niet valt in te zien dat de landschappelijke effecten van het in het plan voorziene appartementencomplex op één lijn gesteld kunnen worden met de effecten van een rijksweg die op enkele honderden meter afstand van het meer is gesitueerd. Ook de verwijzing naar de hoogbouw in Amsterdam-Zuidoost acht de Afdeling niet adequaat, omdat deze hoogbouw blijkens het deskundigenbericht op een afstand van meer dan één kilometer van het Abcoudermeer is gesitueerd. Aan het feit dat de omtrek van het bouwvlak volgens verweerder slechts 4,5 % van de omtrek van het Abcoudermeer omvat, kan naar het oordeel van de Afdeling evenmin een doorslaggevende betekenis toekomen. De omtrek op zich kan namelijk in dit geval niet los gezien worden van de toegelaten bouwhoogte en van de situering van het bouwvlak ten opzichte van het Abcoudermeer.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5fe962c274cd724606971e4514f6a804e590dd0996ce418c239607f1453492bc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5fe962c274cd724606971e4514f6a804e590dd0996ce418c239607f1453492bc, en de alinea staat in dat document op bytes 28059 tot 29260.