Citaat | Raad van State 8 oktober 2003

Alinea 23 Raad van State 8 oktober 2003

Een alinea uit Raad van State 8 oktober 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AL7616.

2.3. Appellante heeft bezwaar tegen de weigering van de vergunning voorzover de aanvraag betrekking heeft op het verdunnen van afvalwaterstromen met oppervlaktewater alvorens deze afvalwaterstromen in de afvalwaterbehandelingsinstallatie worden behandeld. Appellante stelt dat haar afvalwaterbehandelingsinstallatie mede is ontworpen voor behandeling van water uit afvalolie, welk afvalwater een hoog CZV-gehalte heeft. Teneinde behandeling van dit afvalwater in de oxidatief-biologische zuiveringsinstallatie mogelijk te maken is het volgens appellante blijkens onderzoek noodzakelijk om het afvalwater te verdunnen, waarbij onder omstandigheden gebruik moet kunnen worden gemaakt van oppervlaktewater. Voorzover verweerder aan de weigering van de vergunning het rapport van de Commissie Havenontvangstinstallaties van april 1998 en het CIW-rapport ‘Verwerking waterfractie gevaarlijke en niet-gevaarlijke afvalstoffen’ van april 2001 ten grondslag heeft gelegd, is volgens appellante om een aantal nader genoemde redenen geen sprake van een draagkrachtige motivering. Volgens appellante voldoet zij zowel aan de acceptatiecriteria die zijn opgenomen in de aan haar verleende vergunning krachtens de Wet milieubeheer als aan de effluenteisen. Gelet hierop en gegeven de uitgangspunten van het CIW-rapport had de wijze van verwerking van afvalwaterstromen waarbij gebruik wordt gemaakt van oppervlaktewater volgens appellante niet kunnen worden geweigerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4199faa97c7b2d18ad142da5905fdfe4f46148265029934a68ef58af2e459476. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4199faa97c7b2d18ad142da5905fdfe4f46148265029934a68ef58af2e459476, en de alinea staat in dat document op bytes 9252 tot 10727.