Citaat | Raad van State 8 oktober 2003

Alinea 24 Raad van State 8 oktober 2003

Een alinea uit Raad van State 8 oktober 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AL7616.

2.3.1. Verweerder stelt zich mede onder verwijzing naar de hiervoor genoemde rapporten op het standpunt dat de afvalwaterstroom die door appellante niet kan worden verwerkt in de afvalwaterbehandelingsinstallatie een voorbehandeling dient te ondergaan waardoor kan worden voldaan aan de criteria voor verwerking in deze installatie. Volgens verweerder wordt voor de verwerking van waterig gevaarlijk afval een fysisch/chemische voorzuivering gevolgd door biologische zuivering als stand der techniek aangemerkt, mits daarbij wordt voldaan aan de acceptatiecriteria en de effluenteisen. De wijze waarop aan de uitvoering van de verwerking van afvalstoffen binnen de uitgangspunten van de vergunningen wordt vorm gegeven, is volgens verweerder primair een verantwoordelijkheid van appellante zelf. Appellante dient verlaging van het gehalte aan CZV te bewerkstelligen door de diverse afvalwaterstromen die vrijkomen bij het bedrijf in een bepaalde verhouding te mengen. Omdat oppervlaktewater geen afvalwaterstroom is mag dit volgens verweerder niet voor dit doel worden ingezet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4199faa97c7b2d18ad142da5905fdfe4f46148265029934a68ef58af2e459476. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4199faa97c7b2d18ad142da5905fdfe4f46148265029934a68ef58af2e459476, en de alinea staat in dat document op bytes 10747 tot 11840.