Citaat | Raad van State 2 juni 2004
Alinea 32 Raad van State 2 juni 2004
Een alinea uit Raad van State 2 juni 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AP0376.
2.4.1. Dat betoog faalt. Het uitgangspunt van de NKL 1999 en de Overeenkomst is dat alleen de werkelijke verleggingskosten van kabels en leidingen voor vergoeding in aanmerking komen. Dit uitgangspunt is neergelegd in artikel 4, onder b, van de NKL 1999 en in artikel 3, derde lid, van de Overeenkomst. Ook uit artikel 8.3.1. van het Uitvoeringsprotocol van 14 september 2001, waarin de bepalingen van de Overeenkomst en de NKL 1999 nader zijn ingevuld, blijkt dat het bij verleggingskosten dient te gaan om werkelijk gemaakte verleggingskosten ten behoeve van de in de projectovereenstemming genoemde werkzaamheden. Hiertoe dient een eindspecificatie te worden opgesteld volgens een vooraf vastgesteld model. De leidingbeheerder moet bovendien op aanvraag van de Directeur-Generaal Rijkswaterstaat de onderliggende gegevens en een nadere onderbouwing van de gemaakte kosten verstrekken voorzover dat nodig is voor toetsing en controle van de voorgestelde definitieve vergoeding van kosten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e8d432655eff099a93d07cb0617ae9a4bdacec74c649f3acd72a3cc55a56908f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e8d432655eff099a93d07cb0617ae9a4bdacec74c649f3acd72a3cc55a56908f, en de alinea staat in dat document op bytes 11281 tot 12287.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e8d432655eff099a93d07cb0617ae9a4bdacec74c649f3acd72a3cc55a56908f | shasum -a 256