Citaat | Raad van State 2 juni 2004

Alinea 38 Raad van State 2 juni 2004

Een alinea uit Raad van State 2 juni 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AP0376.

2.5.2. Het betoog van appellante faalt. Zoals de rechtbank heeft geoordeeld, heeft de Minister zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat op grond van zojuist genoemde artikelen de kosten voor de afvoer van de vrijgekomen materialen naar het werkterrein wel en de kosten voor de afvoer van materialen vanaf het werkterrein naar een stort en de stort van materialen niet voor vergoeding in aanmerking komen. Uitgangspunt bij de totstandkoming van de regelingen is geweest dat oude leidingen tot de eigendom behoren van de leidingbeheerders, zodat de daaraan verbonden transport- en stortkosten voor risico van de beheerders komen. Ook indien de leiding, zoals appellante stelt, in dit geval geen positieve waarde vertegenwoordigd, maar hoge stortkosten met zich meebrengt vanwege de aanwezigheid van asbesthoudende stoffen, betekent dit niet dat de regeling daarom in dit geval anders zou moeten worden uitgelegd. Hierbij heeft de rechtbank terecht in aanmerking genomen dat deze kosten ook zonder de aanleg van de HSL bij vervanging van de leiding voor rekening van appellante zouden zijn gekomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e8d432655eff099a93d07cb0617ae9a4bdacec74c649f3acd72a3cc55a56908f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e8d432655eff099a93d07cb0617ae9a4bdacec74c649f3acd72a3cc55a56908f, en de alinea staat in dat document op bytes 15290 tot 16417.