Citaat | Raad van State 23 juni 2004
Alinea 28 Raad van State 23 juni 2004
Een alinea uit Raad van State 23 juni 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AP3364.
2.3.2. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat [appellanten a en b] de twee maten zijn van de [Maatschap] en dat zij beiden, alsmede [appellant c], activiteiten binnen de inrichting op het perceel [locatie] uitvoeren. [appellant c] is de vader van [appellanten a en b]. Zij wonen alledrie op het perceel [locatie]. Niet gebleken is dat anderen een relevante betrokkenheid hebben bij de activiteiten binnen de inrichting. Onder deze omstandigheden moet worden geconcludeerd dat appellanten tezamen de inrichting drijven. Dat de voor de inrichting bestaande milieuvergunning is verleend aan [Maatschap] maakt dit niet anders. Mede gelet op artikel 8.20, eerste lid, van de Wet milieubeheer en artikel 2, eerste lid, van de het Besluit mestbassins milieubeheer heeft verweerder appellanten in zoverre terecht aangemerkt als overtreder. Daarbij heeft de Afdeling tevens in aanmerking genomen dat appellanten degenen zijn die het in hun macht hadden de overtredingen te beëindigen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/910ed8ab309f01f1f481ac29947253d6a9e5c0b7577a2d76ab3e55860f42b3f2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 910ed8ab309f01f1f481ac29947253d6a9e5c0b7577a2d76ab3e55860f42b3f2, en de alinea staat in dat document op bytes 10247 tot 11262.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/910ed8ab309f01f1f481ac29947253d6a9e5c0b7577a2d76ab3e55860f42b3f2 | shasum -a 256