Citaat | Raad van State 30 juni 2004

Alinea 25 Raad van State 30 juni 2004

Een alinea uit Raad van State 30 juni 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AP4641.

De Afdeling overweegt dat een instemming-van-rechtswege in formele zin geen besluit is in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht, nu aan de eis van schriftelijkheid niet wordt voldaan. Een gevolg daarvan is dat op een dergelijk “besluit” de bekendmakingsregeling van afdeling 3.6 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is. Bekendmaking van een dergelijk “besluit” is dan ook niet nodig voor de inwerkingtreding daarvan. Een dergelijk “besluit” treedt derhalve in werking nadat het wordt geacht te zijn ontstaan. Nu een instemming-van-rechtswege ingevolge artikel 39, tweede lid, van de Wet bodembescherming wordt aangemerkt als een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht, is ze vatbaar voor bezwaar en beroep. Artikel 6:8, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht brengt met zich dat de termijn van zes weken voor het indienen van een bezwaarschrift aanvangt met ingang van de dag na die waarop de beslistermijn is geëindigd. De omstandigheid dat verweerder door middel van een kennisgeving – welke in een geval als het onderhavige overigens niet ingevolge de Wet bodembescherming is vereist – de instemming-van-rechtswege bekend heeft gemaakt, doet daar niet aan af.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c3578aff3a30ffa7a17b351e6749fc074a9cd2445225be381f7d786b5cec6d8e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c3578aff3a30ffa7a17b351e6749fc074a9cd2445225be381f7d786b5cec6d8e, en de alinea staat in dat document op bytes 9437 tot 10705.