Citaat | Raad van State 30 juni 2004

Alinea 26 Raad van State 30 juni 2004

Een alinea uit Raad van State 30 juni 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AP4642.

De uitspraak van de rechtbank heeft betrekking op een beroep tegen het in bezwaar gehandhaafde besluit van het college om met toepassing van artikel 19, tweede lid van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (hierna: de WRO) vrijstelling en bouwvergunning te verlenen. Weliswaar zijn ingevolge de WRO aan gedeputeerde staten verschillende taken en bevoegdheden toebedeeld, echter niet kan worden staande gehouden dat bij de besluitvorming inzake het verzoek om verlening van vrijstelling en bouwvergunning in een concreet geval belangen zijn betrokken die gedeputeerde staten als zodanig zijn toevertrouwd. Het innemen van een ander standpunt zou beteken dat de bevoegdheidsverdeling tussen gedeputeerde staten en burgemeester en wethouders zoals de wetgever die in de WRO heeft neergelegd, zou worden doorkruist.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/db83ac7a38648fec6acdec18cde4b4a3c87398f2c30fffa44b50d6781af21c89. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt db83ac7a38648fec6acdec18cde4b4a3c87398f2c30fffa44b50d6781af21c89, en de alinea staat in dat document op bytes 10227 tot 11051.