Citaat | Raad van State 30 juni 2004

Alinea 38 Raad van State 30 juni 2004

Een alinea uit Raad van State 30 juni 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AP4642.

Nu de gronden die [wederpartijen]. in beroep hebben aangevoerd zich alle richten op de verleende vrijstelling en het bestemmingsplan waarop het college bij toepassing van artikel 19, tweede lid, van de WRO is vooruitgelopen onherroepelijk is geworden, hebben [wederpartijen]. geen belang meer bij een oordeel omtrent hun bij de rechtbank aangevoerde gronden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/db83ac7a38648fec6acdec18cde4b4a3c87398f2c30fffa44b50d6781af21c89. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt db83ac7a38648fec6acdec18cde4b4a3c87398f2c30fffa44b50d6781af21c89, en de alinea staat in dat document op bytes 16752 tot 17127.