Citaat | Raad van State 23 februari 2005
Alinea 33 Raad van State 23 februari 2005
Een alinea uit Raad van State 23 februari 2005, ECLI:NL:RVS:2005:AS7247.
2.4.1. Gezien hetgeen appellant heeft aangevoerd staat vast dat hij de wapens en de munitie had opgeborgen in een niet verankerde houten kast met glas. Uit het proces-verbaal van 28 november 2002 blijkt voldoende dat die kast door inbrekers op een vrij eenvoudige wijze kon worden opengemaakt. Zijn stelling dat de verbalisanten niet deskundig en geloofwaardig zijn en dat de processen-verbaal onjuistheden bevatten, heeft appellant niet aannemelijk gemaakt. De Afdeling deelt dan ook het standpunt van de rechtbank dat deze kast niet als een deugdelijke bergplaats kan worden aangemerkt. De Afdeling deelt eveneens het standpunt van de rechtbank dat de wapens en de munitie niet in een afzonderlijke bergplaats werden bewaard. De geldkist, waarin de munitie werd bewaard, bevond zich in de kast en was niet verankerd, waardoor deze zonder enige belemmering tegelijk met de wapens kon worden weggenomen. De Korpschef en de Minister hebben dan ook terecht geconstateerd dat appellant niet heeft voldaan aan het onder 2.1.3 vermelde voorschrift voor het op juiste wijze bewaren van wapens en munitie.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/529d32be0d98f5e0ec36f119ce8c03c5d0f939f60915259945f04803fd51459a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 529d32be0d98f5e0ec36f119ce8c03c5d0f939f60915259945f04803fd51459a, en de alinea staat in dat document op bytes 11840 tot 12962.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/529d32be0d98f5e0ec36f119ce8c03c5d0f939f60915259945f04803fd51459a | shasum -a 256