Citaat | Raad van State 2 maart 2005

Alinea 31 Raad van State 2 maart 2005

Een alinea uit Raad van State 2 maart 2005, ECLI:NL:RVS:2005:AS8439.

2.4. De Afdeling onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat uit de geschiedenis van de totstandkoming van de Whvbz blijkt dat in artikel 7, eerste lid, van die wet aan het college een naar zijn aard beperkte bevoegdheid wordt verleend tot het geven van nadere voorschriften ten aanzien van afzonderlijke badinrichtingen. Met deze bepaling is door de wetgever beoogd mogelijk te maken dat de colleges van gedeputeerde staten voor badinrichtingen afzonderlijk voorschriften geven, onder meer betreffende het toezicht, indien en voorzover mocht blijken dat de krachtens de artikelen 3 en 4 van de Whvbz uit het oogpunt van hygiëne en veiligheid in een badinrichting door de regelgever strikt noodzakelijk geachte algemene voorschriften, voor een bepaalde badinrichting nog onvoldoende exact zijn. Deze nadere voorschriften kunnen uitsluitend strekken tot concretisering van de voor de badinrichting bij en krachtens de Whvbz reeds geldende voorschriften.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2a8d8d5e0d1beeaebebe00091e87fcd439b1f6c30b2bddb8b7b9b7e74053247a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2a8d8d5e0d1beeaebebe00091e87fcd439b1f6c30b2bddb8b7b9b7e74053247a, en de alinea staat in dat document op bytes 10623 tot 11597.