Citaat | Raad van State 22 juni 2005
Alinea 29 Raad van State 22 juni 2005
Een alinea uit Raad van State 22 juni 2005, ECLI:NL:RVS:2005:AT7955.
2.4. Appellant betoogt voorts dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat niet is gebleken dat aan zijn belangen een zodanig gewicht dient te worden toegekend dat het college niet in redelijkheid heeft kunnen besluiten tot het verlenen van de vrijstelling. Daartoe voert hij aan dat zijn uitzicht ernstig wordt belemmerd, er sprake is van geluidhinder en overlast door toename van ongedierte, mest en stank en dat de rechtbank ten onrechte voorbij is gegaan aan door hem voorgestelde alternatieve locaties.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb1b02db21ea6cf97b980dc0ae1aa7549eb4dceedb7f6114aa037327dd8dc784. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb1b02db21ea6cf97b980dc0ae1aa7549eb4dceedb7f6114aa037327dd8dc784, en de alinea staat in dat document op bytes 9254 tot 9785.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cb1b02db21ea6cf97b980dc0ae1aa7549eb4dceedb7f6114aa037327dd8dc784 | shasum -a 256