Citaat | Raad van State 29 maart 2006

Alinea 30 Raad van State 29 maart 2006

Een alinea uit Raad van State 29 maart 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AV7548.

2.5. Anders dan appellant meent, heeft de rechtbank terecht overwogen dat het besluit van 19 augustus 2004 door toezending naar het laatst bekende adres van appellant op een andere geschikte wijze als bedoeld in artikel 3:41, tweede lid, van de Awb bekend is gemaakt. De Afdeling neemt hierbij in aanmerking dat appellant aan de burgemeester en de gemeentelijke basisadministratie niet zijn daadwerkelijke woonadres heeft opgegeven, maar een adres waar hij blijkens de dossierstukken nimmer woonachtig is geweest, en dat appellant niet bij het college van burgemeester en wethouders schriftelijk heeft aangegeven dat hij voornemens was in het buitenland te verblijven, hoewel hij daartoe ingevolge artikel 68 van de Wet gba verplicht is. Appellant diende te begrijpen dat de burgemeester bij ontbreken van een ander adres van het laatst bekende adres van appellant gebruik zou maken. Dat de inschrijving van appellant op het adres te Sittard bij besluit van 28 september 2004 ongedaan is gemaakt, doet aan het vorenstaande niet af.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f8db3db75d6bfffd6135a37e139d21b7b5a71f3bc957f7aa5e1f3908b6700a8f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f8db3db75d6bfffd6135a37e139d21b7b5a71f3bc957f7aa5e1f3908b6700a8f, en de alinea staat in dat document op bytes 10746 tot 11795.