Citaat | Raad van State 12 april 2006

Alinea 948 Raad van State 12 april 2006

Een alinea uit Raad van State 12 april 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AW1291.

2.47.9. Verweerders hebben zich op goede gronden op het standpunt gesteld dat het reconstructieplan als zodanig geen gevolgen heeft voor de bestaande uitbreidingsmogelijkheden van intensieve veehouderijen in verwevingsgebied. Appellante kan de op basis van het bestemmingsplan aanwezige uitbreidingsmogelijkheden dan ook blijven benutten. Voor zover het beroep van appellante moet worden gelezen als een betoog dat haar gronden als landbouwontwikkelingsgebied dienen te worden aangemerkt, overweegt de Afdeling als volgt. Gezien de afstand tussen de gronden van appellante en voor verzuring gevoelig gebied kunnen deze gronden, gezien de aan het plan ten grondslag liggende systematiek, niet als landbouwontwikkelingsgebied worden aangemerkt. Deze systematiek en het daaraan ten grondslag liggende beleid, acht de Afdeling in het algemeen niet onredelijk. Hetgeen appellante heeft aangevoerd, geeft geen aanleiding voor het oordeel dat verweerders in dit geval van dit beleid hadden moeten afwijken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e4df3521132a2ba11a9bb51ee571b6acb855304aefc0594243107b3bd2bfbd05. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e4df3521132a2ba11a9bb51ee571b6acb855304aefc0594243107b3bd2bfbd05, en de alinea staat in dat document op bytes 243663 tot 244680.