Citaat | Raad van State 3 mei 2006

Alinea 54 Raad van State 3 mei 2006

Een alinea uit Raad van State 3 mei 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AW7324.

2.9. Appellante sub 1 heeft ten slotte betoogd dat de voorzieningenrechter het besluit op bezwaar ten onrechte in stand heeft gelaten, nu de burgemeester in dat besluit heeft overwogen dat het hem bekend is dat de portiers inmiddels goed functioneren en de politie tevreden is over de huidige gang van zaken. Naar de mening van appellante is de sluiting, gelet hierop, niet meer nodig in de zin van artikel 174, tweede lid, van de Gemeentewet, zodat de burgemeester het bevel tot sluiting had moeten herroepen. Bovendien verzet het uitgangspunt dat op een bezwaar ex nunc dient te worden beslist zich in dit geval tegen handhaving van het bevel tot sluiting, aldus appellante.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/349ea80f7cb685bfc426624e173e6cbb4c097def998f0939dcaa8cfc58c7418d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 349ea80f7cb685bfc426624e173e6cbb4c097def998f0939dcaa8cfc58c7418d, en de alinea staat in dat document op bytes 20405 tot 21105.