Citaat | Raad van State 10 mei 2006

Alinea 30 Raad van State 10 mei 2006

Een alinea uit Raad van State 10 mei 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AX0754.

2.7. De rechtbank heeft overeenkomstig vaste jurisprudentie (bijvoorbeeld de uitspraken van de Afdeling van 2 september 1996, no. R01.93.2126, AB 1997, 51 en van 22 februari 2002, no. H01.99.0601, JB 2000, 95) met juistheid geoordeeld dat appellanten het risico dragen van het niet ontvangen door de minister van de niet aangetekend verzonden subsidieaanvraag en van het bij gebreke van een datumstempel niet kunnen leveren van het bewijs dat de aanvraag (tijdig) ter post is bezorgd. In hoger beroep brengen appellanten hiertegen geen argumenten in die zij niet reeds eerder hebben aangevoerd en die tot een ander oordeel kunnen leiden, zodat hun betoog niet slaagt. De rechtbank heeft dan ook op goede gronden geoordeeld dat de minister zijn afwijzing van de subsidieaanvraag in de beslissing op bezwaar terecht in stand heeft kunnen laten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3b86aeae6b3c5c7f70ef46f66b535773c30c4e6982b4216f3730f82e5f83dff9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3b86aeae6b3c5c7f70ef46f66b535773c30c4e6982b4216f3730f82e5f83dff9, en de alinea staat in dat document op bytes 10520 tot 11381.