Citaat | Raad van State 17 mei 2006

Alinea 56 Raad van State 17 mei 2006

Een alinea uit Raad van State 17 mei 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AX2102.

2.6. Appellanten voeren aan onaanvaardbare stankhinder te ondervinden als gevolg van het in werking zijn van de inrichting. In dit verband stellen appellanten zich op het standpunt dat niet vaststaat dat de door verweerder gehanteerde omrekeningsfactoren uit bijlage 1 bij de Regeling stankemissie in landbouwontwikkelings- en verwevingsbieden (hierna: de Regeling) als de meest recente milieutechnische inzichten kunnen worden beschouwd. Daarnaast voeren appellanten aan dat verweerder ten onrechte artikel 3, derde lid, van de Wet stankemissie in landbouwontwikkelings- en verwevingsbieden (hierna: de Wet) heeft toegepast. Appellanten wijzen er in dit verband op dat met het bestreden besluit geen sprake is van een uitbreiding van het aantal te houden dieren ten opzichte van de eerder vergunde situatie aangezien op grond van de geldende vergunning ook biggen binnen de inrichting mogen worden gehouden. Bovendien komt volgens hen met het bestreden besluit het voor stank relevante emissiepunt van de inrichting dichter bij woningen van derden te liggen. Tot slot voeren appellanten aan dat de door verweerder uitgevoerde berekening in het bestreden besluit niet in overeenstemming is met de methodiek van artikel 3, derde lid, onder c, van de Wet en daardoor ook niet kan worden getoetst.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/17480dfef137fc9002d6dceab1e15b4f5e2abf653dc0ec5832ddfd3a49e45996. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 17480dfef137fc9002d6dceab1e15b4f5e2abf653dc0ec5832ddfd3a49e45996, en de alinea staat in dat document op bytes 23716 tot 25028.