Citaat | Raad van State 17 mei 2006

Alinea 22 Raad van State 17 mei 2006

Een alinea uit Raad van State 17 mei 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AX2140.

2.2. Uit artikel 6:4, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) volgt, dat het instellen van (hoger) beroep op een administratieve rechter geschiedt door het indienen van een beroepschrift bij die rechter. Ingevolge artikel 6:5, eerste lid, aanhef, en onder d, van de Awb wordt een beroepschrift ondertekend en bevat het de gronden van het beroep. Ingevolge artikel 8:24, eerste lid, van de Awb kunnen partijen zich door een gemachtigde laten vertegenwoordigen. Indien hoger beroep is ingesteld bij de Afdeling, kan zij krachtens artikel 8:24, tweede lid, van de gemachtigde, niet zijnde een advocaat of procureur, een schriftelijke machtiging verlangen. Indien niet is voldaan aan artikel 6:5 of aan enig ander bij de wet gesteld vereiste voor het in behandeling nemen van het hoger beroep, kan het hoger beroep ingevolge artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk worden verklaard, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5577930f04c9a79c0b59ade5979a4e20c4632ec41007263cb279d7dc4ec19d0c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5577930f04c9a79c0b59ade5979a4e20c4632ec41007263cb279d7dc4ec19d0c, en de alinea staat in dat document op bytes 6951 tot 7981.