Citaat | Raad van State 11 mei 2006

Alinea 102 Raad van State 11 mei 2006

Een alinea uit Raad van State 11 mei 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AX2432.

Daartegenover staat dat, zoals hiervoor onder 2.5.5. is overwogen, de aanvraag van de vreemdeling, hoewel deze met een aanvraag om een verblijfsvergunning te verlenen wordt gelijkgesteld, niet wordt getoetst aan de vereisten, gesteld voor eerste toelating, maar aan die, gesteld voor toelating voor voortgezet verblijf. Nu de vreemdeling op grond van zijn verblijfsvergunning toegang tot de arbeidsmarkt heeft gehad, maar nog niet de rechten die artikel 6 van besluit nr. 1/80 verleent heeft verkregen en ten tijde van zijn aanvraag om voortgezet verblijf ook daadwerkelijk arbeid heeft verricht, kan worden betoogd dat hij zich, ook in de periode van illegaal verblijf en illegaal verrichte arbeid waarin hij zijn aanvraag deed, kon beroepen op de rechten die artikel 13 regelt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/87d83114645527727055ef5366559a40939b7e16aa40834c3f1b1d3464e9781c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 87d83114645527727055ef5366559a40939b7e16aa40834c3f1b1d3464e9781c, en de alinea staat in dat document op bytes 37247 tot 38040.