Citaat | Raad van State 11 mei 2006

Alinea 57 Raad van State 11 mei 2006

Een alinea uit Raad van State 11 mei 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AX2432.

2.3.6. Volgens paragraaf B1/1.2.3 van de Vc 2000, voor zover thans van belang, wordt de aanvraag tot het verlengen van een verblijfsvergunning, die is ontvangen, nadat de geldigheidsduur van de eerdere verblijfsvergunning is afgelopen, maar nog wel binnen de redelijke termijn van zes maanden, getoetst aan de vereisten, zoals die worden gesteld voor voortgezet verblijf. De termijn van zes maanden vangt aan op de dag, waarop het rechtmatig verblijf, bedoeld in artikel 8, aanhef en onder a, van de Vw 2000, is geëindigd. De vergunning wordt in dat geval niet met terugwerkende kracht verleend. De vergunning zal worden verleend met de datum van aanvraag als ingangsdatum, of zo veel later als de desbetreffende vreemdeling heeft aangetoond dat aan alle voor toelating gestelde vereisen wordt voldaan. Er ontstaat derhalve een onderbreking in het verblijfsrecht van de desbetreffende vreemdeling, hetgeen gevolgen heeft voor de opbouw van verdere verblijfsrechten. Dit is slechts anders, als sprake is van feiten en omstandigheden die de desbetreffende vreemdeling niet toe te rekenen zijn, aldus die passage.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/87d83114645527727055ef5366559a40939b7e16aa40834c3f1b1d3464e9781c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 87d83114645527727055ef5366559a40939b7e16aa40834c3f1b1d3464e9781c, en de alinea staat in dat document op bytes 17764 tot 18888.