Citaat | Raad van State 7 juni 2006

Alinea 38 Raad van State 7 juni 2006

Een alinea uit Raad van State 7 juni 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AX7053.

2.2.1. Bij haar uitspraak van 9 maart 2004 heeft de rechtbank de Staatssecretaris (lees: de Minister) opgedragen binnen vier weken na het openbaarmaken van die uitspraak opnieuw te beslissen op het bezwaar van appellant. Appellant voert op zichzelf terecht aan dat de Minister niet, zoals door de rechtbank opgedragen, binnen vier weken na de uitspraak van de rechtbank van 9 maart 2004 een nieuwe beslissing op bezwaar heeft genomen, maar eerst na tien weken. Met de rechtbank is de Afdeling van oordeel dat het niet tijdig nemen van een besluit op zichzelf geen grond oplevert voor vernietiging van dat besluit. Appellant heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) een rechtsmiddel aan te wenden tegen het niet tijdig nemen van het besluit. Anders dan appellant kennelijk meent was de Minister als gevolg van de vernietiging door de rechtbank van zijn besluit op bezwaar ook na de termijn van vier weken gehouden opnieuw op het bezwaar van appellant te beslissen. Ook dit betoog faalt derhalve.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d174a2db051d27e69a457ffde2e1918cbc2b3e030b9cfbb5428e56c6424d1d84. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d174a2db051d27e69a457ffde2e1918cbc2b3e030b9cfbb5428e56c6424d1d84, en de alinea staat in dat document op bytes 11094 tot 12208.