Citaat | Raad van State 19 juli 2006

Alinea 38 Raad van State 19 juli 2006

Een alinea uit Raad van State 19 juli 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AY4255.

Naar het oordeel van de Afdeling is met het verslag van de StAB van 27 april 2006 genoegzaam komen vast te staan dat de aangebrachte verhardingen redelijkerwijs nodig zijn met het oog op de gekozen bedrijfsvoering. Er bestaat geen grond voor het oordeel dat dit verslag naar wijze van totstandkoming of inhoud zodanig ondeugdelijk is dat van de daarin neergelegde conclusies niet mag worden uitgegaan. Dat in het verslag geen mededeling is gedaan van een gesprek met een medewerker van Looije leidt niet tot een ander oordeel. Uit de in het verslag beschreven werkwijze blijkt dat de adviseur van de StAB heeft gesproken met vertegenwoordigers van zowel appellante als het college en dat hij beschikte over de in opdracht van beiden uitgebrachte deskundigenrapporten. Er zijn onvoldoende aanknopingspunten voor het oordeel dat de adviseur is uitgegaan van onjuiste gegevens omtrent de grondwaterstand ter plaatse van het

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/89bfec5f8012a40e765a98b71893a617d353c8de649369b39b5bc714ccf40de2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 89bfec5f8012a40e765a98b71893a617d353c8de649369b39b5bc714ccf40de2, en de alinea staat in dat document op bytes 17486 tot 18425.