Citaat | Raad van State 19 juli 2006

Alinea 41 Raad van State 19 juli 2006

Een alinea uit Raad van State 19 juli 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AY4255.

2.10. Het voorgaande brengt mee dat de voorzieningenrechter ten onrechte heeft geoordeeld dat appellante met het aanbrengen van de verhardingen heeft gehandeld in strijd met artikel 40, eerste, van de Woningwet en artikel 3.7.1 van de planvoorschriften. Het hoger beroep is derhalve gegrond en de aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. De Afdeling zal, doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, het beroep van appellante gegrond verklaren. Het besluit van 7 september 2005, behoudens voor zover appellante daarbij onder oplegging van een dwangsom is gelast de op het perceel geplaatste beregeningsinstallatie binnen twee weken te verwijderen, dient te worden vernietigd voor zover het college aan de gehandhaafde last overtreding van artikel 40, eerste lid, van de Woningwet en artikel 3.7.1 van de planvoorschriften ten grondslag heeft gelegd. Het besluit van 20 september 2005 dat ingevolge artikel 6:19, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 6:24, eerste lid, van de Awb eveneens onderwerp vormt van het hoger beroep en waarbij de aan de last ten grondslag gelegde overtredingen van artikel 40, eerste lid, van de Woningwet en artikel 3.7.1 van de planvoorschriften wederom zijn gehandhaafd, komt in zoverre eveneens voor vernietiging in aanmerking.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/89bfec5f8012a40e765a98b71893a617d353c8de649369b39b5bc714ccf40de2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 89bfec5f8012a40e765a98b71893a617d353c8de649369b39b5bc714ccf40de2, en de alinea staat in dat document op bytes 19857 tot 21152.