Citaat | Raad van State 20 september 2006

Alinea 22 Raad van State 20 september 2006

Een alinea uit Raad van State 20 september 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AY8504.

2.1. Appellanten betogen terecht dat de voorzieningenrechter ten onrechte heeft geoordeeld dat het college in strijd met artikel 7:9 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) heeft gehandeld door, alvorens te beslissen op het bezwaar, [wederpartijen] niet in de gelegenheid te stellen te worden gehoord over het rapport Evaluatie BPO van 14 augustus 2001 dat aan de commissie voor de bezwaarschriften is toegezonden nadat de hoorzitting had plaatsgevonden. Dit rapport waarin beleid is neergelegd ter zake de toepassing van onder meer artikel 19, derde lid, van de WRO, kan niet worden aangemerkt als een feit of omstandigheid waarmee het college eerst na het horen bekend is geraakt zoals is bedoeld in artikel 7:9 van de Awb. Het gevoerde beleid laat de verplichting tot consequente besluitvorming en een deugdelijke motivering van een besluit omtrent vrijstelling onverlet. Vaststaat dat het rapport op 1 februari 2005 aan [wederpartijen] is toegezonden. Appellanten betogen terecht dat de enkele omstandigheid dat dit niet is toegezonden aan de gemachtigde van [wederpartijen] in dit geval geen grond vormt voor vernietiging van het besluit van 25 februari 2005. De voorzieningenrechter heeft het rapport betrokken bij de beoordeling van dat besluit en daarin grond gezien voor vernietiging ervan. Derhalve valt niet in te zien dat [wederpartijen] door deze handelwijze van het college zijn benadeeld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/151a8ea2c4ae0255b2e1f6b18c798cd2fd0d426a9d8cc495525dc0579f4df02a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 151a8ea2c4ae0255b2e1f6b18c798cd2fd0d426a9d8cc495525dc0579f4df02a, en de alinea staat in dat document op bytes 8018 tot 9450.