Citaat | Raad van State 14 februari 2007

Alinea 22 Raad van State 14 februari 2007

Een alinea uit Raad van State 14 februari 2007, ECLI:NL:RVS:2007:AZ8478.

2.1.1. Appellant betoogt terecht dat, gelet op de omstandigheid dat uit het door hem overgelegde "verzend resultaat rapport" en "journaal" blijkt dat op 25 oktober 2004 een fax is verstuurd naar het desbetreffende faxapparaat, het aan het college was om zijn stelling dat het de fax nimmer heeft ontvangen gemotiveerd te onderbouwen. De rechtbank heeft evenwel met juistheid geoordeeld dat het college dit met het door hem uitgevoerde onderzoek heeft gedaan. Daaruit blijkt dat het bezwaarschrift is gefaxt naar de afdeling Bureau Gemeentesecretaris (hierna: BGS) in plaats van naar het secretariaat van de Adviescommissie bezwaarschriften. Het faxapparaat van BGS is volgens het college niet ingesteld op het registreren van inkomende faxen. Deze afdeling houdt wel handmatig een faxregistratiesysteem bij, maar faxen die niet voor deze afdeling bestemd zijn worden daarin niet ingeschreven. Vaste werkwijze van BGS is dat dergelijke faxberichten worden afgegeven bij de Bestuursdienst/Middelen Personeel en Organisatie (hierna: BSD/MPO). Deze dienst noteert vervolgens wel de ingekomen fax en stuurt deze door naar het betreffende stadsdeel of de betreffende dienst. Een gefaxt bezwaarschrift wordt door het stadsdeel of de dienst weer doorgezonden naar het secretariaat van de Adviescommissie bezwaarschriften. Onderzoek door het college heeft uitgewezen dat het faxbericht niet bekend is bij BSD/MPO, niet bij het betrokken stadsdeel Leidschenveen Ypenburg en ook niet bij het secretariaat van de Adviescommissie bezwaarschriften. Dat het college niet een door de betrokken fax gemaakte lijst met de op 25 oktober 2004 ontvangen faxen kan overleggen, omdat het desbetreffende faxapparaat niet is ingesteld op het registreren van inkomende faxen, dient in dit geval voor risico van appellant te komen, nu hij de fax naar het verkeerde faxnummer en derhalve het verkeerde faxapparaat heeft verzonden. De rechtbank heeft dan ook terecht geoordeeld dat ervan moet worden uitgegaan dat de fax van 25 oktober 2004 nimmer door het college is ontvangen en met juistheid geoordeeld dat het college het door appellant gemaakte bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. De verwijzing van appellant naar de uitspraak van de Afdeling van 7 mei 2003 in zaak no. 200203014/1 leidt niet tot een ander oordeel, nu, zoals de rechtbank terecht heeft geoordeeld, de omstandigheden in die zaak niet rechtens vergelijkbaar zijn met die van deze zaak.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bdbff47c5e2a35b10ae9ea226f7341aef48c0b13db630e6bb066877e0b187a19. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bdbff47c5e2a35b10ae9ea226f7341aef48c0b13db630e6bb066877e0b187a19, en de alinea staat in dat document op bytes 8138 tot 10742.