Citaat | Raad van State 14 maart 2007

Alinea 28 Raad van State 14 maart 2007

Een alinea uit Raad van State 14 maart 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA0664.

2.3. Voorts betogen appellanten dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college in redelijkheid ontheffing van de bouwverordening heeft kunnen weigeren. Daartoe voeren appellanten aan dat bij de beslissing omtrent de verlening van ontheffing van de bouwverordening uitsluitend stedenbouwkundige aspecten een rol mogen spelen. Het besluit om ontheffing van de bouwverordening te verlenen kan, mede gelet op de door appellanten overgelegde visueel ruimtelijke analyse en onderbouwing van F.D.G. Prins van EGM architecten bv van 24 juni 2004, niet worden gedragen door de daaraan door het college ten grondslag gelegde argumenten, aldus appellanten. Tot slot voeren appellanten aan - met daarbij een beroep op het gelijkheidsbeginsel - dat de gemeente Dordrecht door enkel op openbaar gebied reclamemasten toe te staan misbruik maakt van haar machtspositie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2d95ddf36551b84ba8a4e530816a524c62b49c54a5fb46c4206d72ce29c746c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2d95ddf36551b84ba8a4e530816a524c62b49c54a5fb46c4206d72ce29c746c1, en de alinea staat in dat document op bytes 10177 tot 11064.