Citaat | Raad van State 14 maart 2007

Alinea 40 Raad van State 14 maart 2007

Een alinea uit Raad van State 14 maart 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA0664.

Hoewel de rechtbank eerst na een relatief lange tijd nadat de zaak op 26 mei 2005 ter zitting was behandeld uitspraak heeft gedaan, is de zaak door het college en de Afdeling met voortvarendheid behandeld, zodanig dat de duur van de totale procedure niet onaanvaardbaar is. De Afdeling sluit daarbij aan bij het arrest van de Hoge Raad van 22 april 2005, nr. 37984, r.o. 4.4. (AB 2006, 11). De redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het EVRM is derhalve niet overschreden. Het betoog kan dan ook niet leiden tot het daarmee beoogde doel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2d95ddf36551b84ba8a4e530816a524c62b49c54a5fb46c4206d72ce29c746c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2d95ddf36551b84ba8a4e530816a524c62b49c54a5fb46c4206d72ce29c746c1, en de alinea staat in dat document op bytes 17150 tot 17727.