Citaat | Raad van State 23 maart 2007
Alinea 22 Raad van State 23 maart 2007
Een alinea uit Raad van State 23 maart 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA2163.
2.1. In grief 1 klaagt de minister dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat, nu het familie- en gezinsleven tussen de vreemdeling en haar Nederlandse echtgenoot is ontstaan dan wel versterkt gedurende legaal verblijf van de vreemdeling, het niet (langer) toelaten van de vreemdeling een inbreuk op dit familie- en gezinsleven oplevert als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM). Volgens de minister heeft de rechtbank, door daarbij het doel waarvoor de vreemdeling destijds een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd is verleend niet relevant te achten, een onjuiste betekenis toegekend aan de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (hierna: EHRM). Daartoe heeft de minister verwezen naar het arrest van het EHRM van 3 juli 2001 in de zaak Javeed tegen Nederland, no. 47390/99 (JV 2001/303).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1f13daa22ef5bdd39232429421c7e7d392b9c18e1b0f3afee9a67a796261125d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1f13daa22ef5bdd39232429421c7e7d392b9c18e1b0f3afee9a67a796261125d, en de alinea staat in dat document op bytes 6463 tot 7408.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1f13daa22ef5bdd39232429421c7e7d392b9c18e1b0f3afee9a67a796261125d | shasum -a 256