Citaat | Raad van State 23 maart 2007

Alinea 26 Raad van State 23 maart 2007

Een alinea uit Raad van State 23 maart 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA2163.

In hetgeen de minister in hoger beroep aanvoert ziet de Afdeling geen aanleiding voor een ander oordeel. De verwijzing naar voormeld arrest van het EHRM van 3 juli 2001 is daartoe onvoldoende, nu de omstandigheid dat aan de betrokken vreemdeling geen verblijfsvergunning was verleend met het oogmerk het gezinsleven uit te oefenen voor het oordeel van het EHRM in die zaak niet doorslaggevend is geweest. Ook overigens is gesteld noch gebleken dat in de eerdere dan wel latere jurisprudentie van het EHRM zodanige omstandigheid van betekenis is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1f13daa22ef5bdd39232429421c7e7d392b9c18e1b0f3afee9a67a796261125d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1f13daa22ef5bdd39232429421c7e7d392b9c18e1b0f3afee9a67a796261125d, en de alinea staat in dat document op bytes 9387 tot 9945.