Citaat | Raad van State 23 maart 2007

Alinea 30 Raad van State 23 maart 2007

Een alinea uit Raad van State 23 maart 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA2163.

2.4.1. In zijn besluit van 23 december 2005 heeft de minister, voor zover thans van belang, zich op het standpunt gesteld dat niet is gebleken van een objectieve belemmering het familie- en gezinsleven in Tsjechië uit te oefenen. De minister heeft slechts beoordeeld of in zoverre een positieve verplichting bestaat om de vreemdeling verblijf in Nederland toe te staan. De minister betoogt terecht dat de rechtbank, door zijn in dat kader ingenomen standpunt te beoordelen als het resultaat van een belangenafweging in het licht van de vraag of sprake is van een gerechtvaardigde inmenging als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van het EVRM en haar oordeel daaromtrent bij de toetsing van het besluit van 23 december 2005 te betrekken, buiten de grenzen van het geschil is getreden, nu een dergelijke belangenafweging niet aan dat besluit ten grondslag is gelegd. Aldus heeft de rechtbank artikel 8:1, eerste lid, gelezen in verbinding met artikel 8:69, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht niet inachtgenomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1f13daa22ef5bdd39232429421c7e7d392b9c18e1b0f3afee9a67a796261125d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1f13daa22ef5bdd39232429421c7e7d392b9c18e1b0f3afee9a67a796261125d, en de alinea staat in dat document op bytes 11046 tot 12079.