Citaat | Raad van State 4 april 2007
Alinea 39 Raad van State 4 april 2007
Een alinea uit Raad van State 4 april 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA2245.
2.3. Appellant betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de Korpschef de intrekkingsbevoegdheid heeft mogen mandateren aan de districtschef. Appellant stelt daartoe dat de aard van de bevoegdheid zich tegen mandatering verzet omdat het een punitieve sanctie betreft. Voorts betoogt appellant dat, gelet op artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (hierna: het EVRM), het recht op een eerlijk proces is geschonden doordat het voor hem onmogelijk is tegenbewijs te leveren met betrekking tot hetgeen in de processen-verbaal is neergelegd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc2ca54f6b862a5e7f6d27703b8ae65bccc5e27ea7670936e58ec2aa82ecb348. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc2ca54f6b862a5e7f6d27703b8ae65bccc5e27ea7670936e58ec2aa82ecb348, en de alinea staat in dat document op bytes 10738 tot 11365.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cc2ca54f6b862a5e7f6d27703b8ae65bccc5e27ea7670936e58ec2aa82ecb348 | shasum -a 256