Citaat | Raad van State 11 april 2007

Alinea 42 Raad van State 11 april 2007

Een alinea uit Raad van State 11 april 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA2691.

2.4. Appellant betoogt dat de rechtbank onjuiste feiten aan haar uitspraak ten grondslag heeft gelegd voor zover zij heeft overwogen, dat de minister terecht in het midden heeft gelaten of bij de AIVD gegevens aanwezig zijn en dat daarbij een afweging van belangen niet aan de orde was. Tussen partijen was immers niet meer in geschil dat over appellant bij de AIVD gegevens aanwezig zijn. Dit heeft er volgens appellant toe geleid dat de rechtbank zijn betoog dat de minister geen belangenafweging had verricht alvorens hem inzage van die stukken te weigeren, ten onrechte niet heeft beoordeeld. Dat die belangenafweging moest worden verricht volgt volgens appellant uit de jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (hierna: het EHRM) inzake artikel 8 van het EVRM, welke verdragsbepaling prevaleert boven de toepasselijke bepalingen uit de WIV.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0412401ec53a0a30f13bcb7325667ffb9a330db4c1fa3c7f8bdc153b456d4590. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0412401ec53a0a30f13bcb7325667ffb9a330db4c1fa3c7f8bdc153b456d4590, en de alinea staat in dat document op bytes 12096 tot 12982.