Citaat | Raad van State 29 maart 2007

Alinea 38 Raad van State 29 maart 2007

Een alinea uit Raad van State 29 maart 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA2713.

2.6. De minister klaagt in de tweede grief dat de rechtbank, door te overwegen dat zij geen aanleiding ziet om aan de deskundigheid van de degene die de contra expertise heeft opgesteld te twijfelen, omdat niet kan worden gesteld dat de identiteit van deze persoon onbekend is, zodat dit niet kan afdoen aan de conclusies van dit rapport, heeft miskend dat het door de vreemdeling overgelegde rapport niet als deskundigenrapport is aan te merken. Daartoe voert de minister aan dat degene die de contra expertise heeft uitgevoerd niet als deskundige kan worden aangemerkt, nu zijn identiteit niet bekend is. Voorts is zijn deskundigheid niet aan de hand van objectief verifieerbare bronnen aannemelijk gemaakt. Evenmin is gebleken dat de opsteller verbonden is aan een ter zake deskundige instelling, waarvan de kwaliteit voldoende is gewaarborgd, aldus de minister.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aad3f52a1331ec57139634a78fd03365a7937a5be275cb32a5a3b6f08069ab27. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aad3f52a1331ec57139634a78fd03365a7937a5be275cb32a5a3b6f08069ab27, en de alinea staat in dat document op bytes 17216 tot 18094.