Citaat | Raad van State 3 april 2007

Alinea 22 Raad van State 3 april 2007

Een alinea uit Raad van State 3 april 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA2829.

2.1.1. Volgens paragraaf B2/13.2.3.4 van de Vc 2000, samengevat weergegeven, voor zover thans van belang en zoals deze ten tijde van de beslissing op bezwaar luidde, zal in iedere zaak moeten worden beoordeeld of sprake is van een objectieve belemmering. Indien op het moment waarop de toets aan artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden plaatsvindt, ten aanzien van vreemdelingen afkomstig uit een bepaald (gedeelte van een) land of behorend tot een bepaalde bevolkingsgroep een beleid wordt gevoerd op grond waarvan zij - ongeacht de individuele merites van de casus - op voorhand in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel (artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vw 2000), bestaat er een vermoeden van objectieve belemmering. Dat vermoeden van een objectieve belemmering kan slechts op individuele gronden van de betreffende concrete zaak worden weerlegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/72dc43e03011bbf9814192be293d25b4bedd5c8283d9b22afe711bfb53f19396. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 72dc43e03011bbf9814192be293d25b4bedd5c8283d9b22afe711bfb53f19396, en de alinea staat in dat document op bytes 6669 tot 7619.