Citaat | Raad van State 20 april 2007
Alinea 32 Raad van State 20 april 2007
Een alinea uit Raad van State 20 april 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA3687.
2.2.1. Uit de jurisprudentie van de Afdeling (onder meer de uitspraak van 13 juli 2006 in zaak no. 200506456/1; JV 2006/397) vloeit voort dat, indien na een eerdere afwijzende beslissing een materieel vergelijkbare beslissing wordt genomen, voorshands moet worden aangenomen dat het in die uitspraak uiteengezette beoordelingskader in de weg staat aan een rechterlijke toetsing van dat besluit, als ware het een eerste afwijzing. Slechts indien en voor zover door de vreemdeling in de bestuurlijke fase nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden zijn aangevoerd, dan wel uit het aldus door hem aangevoerde kan worden afgeleid dat zich een voor hem relevante wijziging van het recht voordoet, kunnen dat besluit, de motivering ervan en de wijze waarop het tot stand is gekomen door de bestuursrechter worden getoetst. Dit is slechts anders, indien zich bijzondere, op de individuele zaak betrekking hebbende, feiten en omstandigheden als bedoeld in overweging 45 van het arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van 19 februari 1998 (Bahaddar tegen Nederland; JV 1998/45) voordoen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eb9977ccfe0cbf51f2b61dd973d3ca4951a09619752431470aa2050dd4984405. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eb9977ccfe0cbf51f2b61dd973d3ca4951a09619752431470aa2050dd4984405, en de alinea staat in dat document op bytes 12004 tot 13120.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eb9977ccfe0cbf51f2b61dd973d3ca4951a09619752431470aa2050dd4984405 | shasum -a 256