Citaat | Raad van State 30 mei 2007

Alinea 402 Raad van State 30 mei 2007

Een alinea uit Raad van State 30 mei 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA6016.

2.27. Appellanten stellen in beroep dat de gronden behorend bij hun bedrijf ten onrechte in een extensiveringsgebied zijn gesitueerd en dat het bedrijf door deze ligging in de ontwikkelingsmogelijkheden wordt beperkt. Appellanten wensen dat de gronden als verwevingsgebied worden aangemerkt. Zij voeren hiertoe aan dat er in de onmiddellijke nabijheid van hun bedrijf geen bijzondere landschappelijke waarden of natuurwaarden bestaan en dat in de directe omgeving meerdere intensieve veehouderijen, waaronder een varkenshouderij, zijn gelegen die wel in het verwevingsgebied zijn opgenomen. Appellanten voeren voorts aan dat de moersloot achter hun terrein had moeten dienen als grens tussen extensiverings- en verwevingsgebied. Verder hebben appellanten ter zitting gesteld dat verweerders gebruik hadden moeten maken van de mogelijkheid om de zonering terug te brengen tot 220 meter afstand van het kwetsbare gebied.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc3db73759646fe8448c157f37e9e88fa4937bfb0ec53aec65ad00e1ad5e5612. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc3db73759646fe8448c157f37e9e88fa4937bfb0ec53aec65ad00e1ad5e5612, en de alinea staat in dat document op bytes 125335 tot 126271.