Citaat | Raad van State 30 mei 2007

Alinea 626 Raad van State 30 mei 2007

Een alinea uit Raad van State 30 mei 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA6016.

2.39.3. De Afdeling acht de hiervoor beschreven uitgangspunten voor de begrenzing van landbouwontwikkelingsgebieden niet onredelijk. Overeenkomstig deze uitgangspunten hebben verweerders de geschiktheid van de bestreden gronden binnen 1.000 tot 1.500 meter van het Vogelrichtlijngebied "Turnhout, Oud-Turnhout en Ravels" nader afgewogen en deze gronden begrensd als secundair landbouwontwikkelingsgebied. De Afdeling ziet in hetgeen appellanten hebben aangevoerd geen aanknopingspunten voor het oordeel dat verweerders niet in redelijkheid hebben kunnen vasthouden aan de gehanteerde uitgangspunten voor de zonering. Daarbij neemt de Afdeling onder verwijzing naar overweging 2.15.3.4 in aanmerking dat verweerders in paragraaf 11.6.1 beleidsuitspraken hebben opgenomen met betrekking tot de in artikel 1 van de Rwc voorziene gehele of gedeeltelijke mogelijkheid tot uitbreiding, hervestiging of nieuwvestiging van intensieve veehouderij in landbouwontwikkelingsgebieden. Deze beleidsuitspraken vergen van de bestemmingsplanwetgever nader onderzoek en (belangen)afweging, reeds omdat het algemene voorbehoud wordt gemaakt dat het beleid geldt, behoudens voor zover er overwegende bezwaren bestaan vanuit ruimtelijke, landschappelijke, maatschappelijke en/of milieuhygiënische optiek. Dit voorbehoud maakt het mogelijk dat in het bestemmingsplan niet onverkort toepassing wordt gegeven aan die beleidsuitspraken, maar dat op grond van ruimtelijke, landschappelijke, maatschappelijke en/of milieuhygiënische bezwaren voor het concrete geval tot een nadere invulling van die beleidsuitspraken wordt gekomen. Uit de Rwc noch het reconstructieplan vloeien in zoverre rechtstreekse ontwikkelingsmogelijkheden voort voor intensieve veehouderijen in secundaire landbouwontwikkelingsgebieden. Gezien het voorgaande moet worden geconcludeerd dat de begrenzing van het secundaire landbouwontwikkelingsgebied als zodanig geen nadelige gevolgen meebrengt. In het kader van de vaststelling van een bestemmingsplan waarin aan de gronden een bestemming wordt toegekend, dienen mogelijke signifcante nadelige gevolgen voor het gebied "Turnhout, Oud-Turnhout en Ravels" te worden onderzocht. Alsdan dient de vraag te worden beantwoord of de Vogelrichtlijn dan wel de Natuurbeschermingswet 1998 waarin de wetgever de Vogelrichtlijn heeft geïmplementeerd, zich tegen de voorgenomen bestemming verzet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc3db73759646fe8448c157f37e9e88fa4937bfb0ec53aec65ad00e1ad5e5612. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc3db73759646fe8448c157f37e9e88fa4937bfb0ec53aec65ad00e1ad5e5612, en de alinea staat in dat document op bytes 208296 tot 210698.