Citaat | Raad van State 30 mei 2007

Alinea 24 Raad van State 30 mei 2007

Een alinea uit Raad van State 30 mei 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA6023.

2.3. Appellant betoogt dat de rechtbank ten onrechte geen aanleiding heeft gezien te twijfelen aan de juistheid van de mededeling van het college dat er ten aanzien van het aan de besluitvorming ten grondslag liggende advies geen ander stuk is dan de notitie inzake asbestverontreiniging die tezamen met een aantal andere documenten aan appellant is toegestuurd, en dat het advies vermoedelijk afkomstig is van de projectontwikkelaar. Daartoe betoogt appellant dat het gebruikelijk is dat bij voorstellen tot besluitvorming een adviesnota aan het college wordt bijgevoegd en dat dit ook bij onderhavige besluitvorming het geval moet zijn geweest, zodat aannemelijk is dat een dergelijke adviesnota bij het college berust. Indien het zo is dat geen adviesnota bestaat, is volgens appellant sprake van onbehoorlijk bestuur. Voorts betoogt appellant dat het weliswaar juist kan zijn dat, zoals de rechtbank heeft aangenomen, het college de redenen om niet tot terugvordering over te gaan niet op schrift heeft gesteld, maar dat het in het kader van de Wob deze redenen toch kenbaar moet maken. Het kan volgens appellant niet zo zijn dat een bestuursorgaan zich aan de Wob onttrekt door informatie niet op papier te zetten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc6dfef13131378d43ec672a18dcdbcee5fdf16543b2784cd7811f5ae601a460. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc6dfef13131378d43ec672a18dcdbcee5fdf16543b2784cd7811f5ae601a460, en de alinea staat in dat document op bytes 7815 tot 9052.