Citaat | Raad van State 6 juni 2007

Alinea 31 Raad van State 6 juni 2007

Een alinea uit Raad van State 6 juni 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA6496.

2.4.1. Dit betoog slaagt niet. Naar het oordeel van de Afdeling volgt uit de jurisprudentie van het EHRM, onder meer de uitspraak van het EHRM van 29 maart 2006, Piccardi tegen Italië, no. 62361/00 (AB 2006, 294), dat bij overschrijding van de redelijke termijn voor het nemen van een besluit, behoudens bijzondere omstandigheden, spanning en frustratie als grond voor vergoeding van immateriële schade wordt verondersteld. [wederpartij] heeft toegelicht dat zij naast de onzekerheid door de lange duur van de procedure enkele malen is geconfronteerd met de deurwaarder, waarna zij telkens contact heeft moeten opnemen om verdere (incasso)maatregelen te voorkomen waardoor zij slapeloze nachten heeft gehad. De Minister heeft dit niet bestreden. De rechtbank heeft dan ook met juistheid overwogen dat bij [wederpartij] als gevolg van de overschrijding van de redelijke termijn, voor zover dit aan de Minister is toe te rekenen, sprake is geweest van spanning en frustratie die als immateriële schade voor vergoeding in aanmerking komt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/77b4bf935bb2b94b8cc65bb23000f0c2e10bdeb9e12f8a936eb0b32a137d3549. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 77b4bf935bb2b94b8cc65bb23000f0c2e10bdeb9e12f8a936eb0b32a137d3549, en de alinea staat in dat document op bytes 13525 tot 14581.