Citaat | Raad van State 13 juni 2007
Alinea 44 Raad van State 13 juni 2007
Een alinea uit Raad van State 13 juni 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA7097.
2.5.1. De vraag of de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het EVRM is overschreden, moet worden beoordeeld aan de hand van de omstandigheden van het geval. Daarbij zijn van betekenis de ingewikkeldheid van de zaak, de wijze waarop de zaak door het bestuursorgaan en de rechter is behandeld, het processuele gedrag van appellanten gedurende de hele procesgang en de aard van de maatregel en het daardoor getroffen belang van appellanten, zoals ook uit de jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens naar voren komt (onder meer het arrest van 27 juni 2000 inzake Frydlender tegen Frankrijk, zaak no. no. 30979/96, AB 2001, 86 en het arrest van 29 maart 2006 inzake Pizzati tegen Italië, no. 62361/00, JB 2006, 134 ).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fbb5ef6c7bd967ddd697d54a3f33509712c73655e562d841431a42a88b4082ec. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fbb5ef6c7bd967ddd697d54a3f33509712c73655e562d841431a42a88b4082ec, en de alinea staat in dat document op bytes 18204 tot 18981.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fbb5ef6c7bd967ddd697d54a3f33509712c73655e562d841431a42a88b4082ec | shasum -a 256