Citaat | Raad van State 13 juni 2007
Alinea 45 Raad van State 13 juni 2007
Een alinea uit Raad van State 13 juni 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA7097.
2.5.2. Bij de vraag of de redelijke termijn is overschreden, neemt de Afdeling allereerst in aanmerking dat sedert de ontvangst door de Minister op 15 februari 1999, 2 maart 1999 en 4 maart 1999 van de bezwaarschriften tegen de besluiten van 13 januari 1999, ten tijde van deze uitspraak van de Afdeling ruim acht jaar is verstreken. Dit grote tijdsverloop is slechts ten dele te verklaren door het gegeven dat de zaak tot tweemaal toe in twee rechterlijke instanties is behandeld. Naar het oordeel van de Afdeling maakte de complexiteit van de zaak het grote tijdsverloop niet onvermijdelijk. Opvallend en door de Minister niet verklaard is voorts het tijdsverloop tussen de uitspraak van de Afdeling van 10 juli 2002 en de besluiten van de Minister van 31 januari 2005 en 1 februari 2005. Vastgesteld moet worden dat het tijdsverloop niet is veroorzaakt door het procesgedrag van appellanten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fbb5ef6c7bd967ddd697d54a3f33509712c73655e562d841431a42a88b4082ec. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fbb5ef6c7bd967ddd697d54a3f33509712c73655e562d841431a42a88b4082ec, en de alinea staat in dat document op bytes 19001 tot 19913.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fbb5ef6c7bd967ddd697d54a3f33509712c73655e562d841431a42a88b4082ec | shasum -a 256