Citaat | Raad van State 20 juni 2007

Alinea 29 Raad van State 20 juni 2007

Een alinea uit Raad van State 20 juni 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA7572.

2.4. De rechtbank heeft het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard. Daartoe heeft zij, voor zover thans van belang, overwogen dat de verblijfsvergunning is verleend om de onzekerheid omtrent de verblijfspositie van de vreemdeling weg te nemen. Onder verwijzing naar het arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 8 december 2005 (03/980, NAV 2006/11) en naar artikel 11, eerste lid, gelezen in samenhang met het tweede lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000, waarin is bepaald dat de vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in artikel 8, onder a, tot en met e en l, van de Vw 2000, aanspraak kan maken op voorzieningen, verstrekkingen en uitkeringen, heeft de rechtbank voorts overwogen dat de verlening van een verblijfsvergunning rechten biedt die personen zonder verblijfsvergunning hier te lande in beginsel niet hebben. Gelet hierop is volgens de rechtbank de aanspraak van de vreemdeling op voorzieningen, verstrekkingen en uitkeringen mede een belang dat door de vergunningverlening wordt beschermd, zodat de minister het verzoek om vergoeding van schade ten onrechte heeft afgewezen op de grond dat de geschonden norm tot het tijdig en correct beslissen niet strekt tot bescherming tegen de door de vreemdeling gestelde schade.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efce9230ae440a803ee4350318f74481265ba4d4221f9745026cd6bc2c7c1dd1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efce9230ae440a803ee4350318f74481265ba4d4221f9745026cd6bc2c7c1dd1, en de alinea staat in dat document op bytes 11696 tot 12973.