Citaat | Raad van State 11 juli 2007

Alinea 35 Raad van State 11 juli 2007

Een alinea uit Raad van State 11 juli 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA9311.

2.2. Appellante betoogt, zakelijk weergegeven, dat de rechtbank door te overwegen dat niet elke vorm van verwijtbaarheid aan haar zijde ontbreekt en de staatssecretaris gehouden was de boetes op te leggen, niet heeft onderkend dat de mate van verwijtbaarheid gevolgen heeft voor de hoogte van de op te leggen boete. Zij stelt in dit verband te goeder trouw te zijn geweest, nu ten behoeve van de vreemdelingen [A] en [B] een tewerkstellingsvergunning is afgegeven aan Recruit a Student Project B.V. en zij ervan is uitgegaan dat deze vergunningen persoonsgebonden waren. Ten aanzien van de vreemdeling [C] is zij afgegaan op haar sofinummer en de mededeling dat betrokkene student was. Onder die omstandigheden dient zij minder zwaar beboet te worden dan een persoon die doelbewust de wet overtreedt. De rechtbank heeft er dan ook onvoldoende blijk van gegeven in haar beoordeling te hebben betrokken in hoeverre de opgelegde boete in redelijke verhouding staat tot de ernst van de overtreding, aldus appellante.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/28b461eb22f2a685594e510fbfc0d106432d8530abab1980c8d9aa63f79f00c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 28b461eb22f2a685594e510fbfc0d106432d8530abab1980c8d9aa63f79f00c1, en de alinea staat in dat document op bytes 9302 tot 10332.